CHAPTER 1: THE KISS

Eddie

Ik rijd naar mijn geheime plek. Ik ben er zojuist achter gekomen dat Chloe over alles heeft gelogen en ik heb tijd nodig om mijn hoofd te legen. Tijdens mijn rit naar mijn plek, hoor ik opeens een ‘pop’ en voel ik de auto bewegen. Ik stop met rijden en stap uit mijn auto. Ik loop naar de achterkant van mijn auto en ik zie dat ik een platte band heb. Ik vloek hardop en schop tegen de band. Ik hoop dat ik een reserveband in mijn achterbak heb, maar ik weet het eigenlijk niet zeker. Ik open de achterbak en zie geen reserveband. Just my luck. Opeens hoor ik een auto naderen.

Ik draai me om en ik zie een zwarte auto naar me toe komen. Ik ga op het midden van de weg staan zwaaien om te zorgen dat de auto stopt. De auto parkeert aan de zijkant van de weg en het meest mooie meisje dat ik ooit heb gezien met bruin haar en grote bruine ogen stapt uit de auto. Ze komt naar me toe gelopen met bezorgdheid in haar ogen. Ze herkent me niet, omdat ik mijn disguise op heb: mijn hoodie en zonnebril. “Hey. Ik zag je hier staan. Wat is er aan de hand?” vraagt het meisje met een warme stem.

Ik blijf naar haar staren, ik kan er maar niet overheen komen hoe mooi ze wel niet is. Oké, stop ermee zo te denken Eddie, je hebt een vriendin van wie je houdt. Nou een vriendin waarvan je dacht dat je van d’r hield. Wanneer Loren kucht haal ik mezelf uit mijn gedachten. “Oh, sorry. Ik heb een platte band en ik heb geen reserveband bij me,” zeg ik terwijl ik bloos, wanneer ik me realiseer dat ik nog steeds naar haar sta te staren.

“Is er iets wat ik voor je kan doen? Iemand bellen of je ergens afzetten?” vraagt het meisje terwijl ze vragend haar wenkbrauwen omhoog doet. Ik twijfel of ik met haar in de auto moet gaan of niet. Ik ken dit meisje niet en ik wil eigenlijk naar mijn geheime plek om na te denken.

“Misschien kun je de wegenwacht voor me bellen? Ik kan mijn telefoon namelijk niet vinden. Ik denk dat ik hem thuis heb laten liggen,” zeg ik tegen het meisje.

“Oké. Ik ben trouwens Loren.” Ze beantwoordt de vraag die ik niet durfde te stellen en steekt haar hand uit. We schudden elkaar de hand. Ze heeft hele zachte handen.

“Ik ben… uhm,” zeg ik struikelend over mijn woorden. Zal ik haar vertellen hoe ik echt heet met de kans dat ze me herkent? Maar misschien wil ik wel dat ze me herkent. “Eddie.” Ik wacht tot ze me herkent, maar dat doet ze niet.

“Hoef je nergens te zijn?” vraagt ze terwijl ze lief naar me lacht.

“Eigenlijk wel, maar dat is gewoon hier boven op de berg. Daar kan ik wel gewoon naar toe lopen, hoef ik niet met de auto naar toe.” Ik zie dat ze schrikt.

“Je kunt daar niet heen, dat is mijn plek,” zegt ze onschuldig met een verlegen lach.

Ik geloof niet wat ze zegt. Mijn plek is ook haar plek? Hoe kan ik haar dan nog nooit hebben gezien terwijl we samen een plek delen? “Nou we kunnen de plek delen, terwijl ik wacht op de wegenwacht?” vraag ik haar, hopend dat ze ja gaat zeggen. Ze gaat ermee akkoord.

Nadat ze de wegenwacht voor me heeft gebeld, lopen we samen de berg op tot we kunnen genieten van het geweldige uitzicht. We gaan zitten en ze kijkt me aan met een vragende blik. “Waarom draag je eigenlijk een hoodie en een zonnebril? Verstop je je voor iemand ofzo?”

Ik hoopte eigenlijk dat ze er niets over zou zeggen, maar waarom zou ze dat niet doen. Het is best wel raar: die hoodie en de zonnebril. Zal ik ze beide af doen? “Eigenlijk verstop ik me voor iedereen. Ik zal ze afdoen. Beloof me dat je niet gaat schrikken, oké?” Ik probeer ervoor te zorgen dat ze niet gaat schreeuwen zodra ze ziet wie ik ben. Eigenlijk hoopt een klein deel van me dat ze weet wie ik ben, anders wordt het een heel raar geheel.

“Wat? Ben je één of andere crimineel? Of ‘America’s Most Wanted’?” zegt ze sarcastisch. Ik doe mijn disguise af en ik zie een flits van herkenning en opwinding over haar gezicht voorbij gaan wanneer ze zegt: “Oh My God! Je bent Eddie Duran!”

“Jep, dat ben ik” zeg ik een beetje beschamend. “Vandaar de disguise.”

“Ik begrijp het. Nou ik begrijp het natuurlijk niet helemaal, want ik zou nooit weten hoe het is, maar ik snap waar je vandaan komt,” zegt ze stamelend. Het is echt schattig wanneer ze dat doet. Dit is waar ik bang voor was dat er zou gebeuren. Ze zou helemaal starstruck worden, maar bij haar is dat niet eens zo irritant. Het is eigenlijk heel schattig en ik blij dat ik mijn disguise af heb gedaan. “Sorry. Mensen doen dit natuurlijk de hele tijd, zo fan-like doen. Het is gewoon zo dat ik een grote fan van je ben. Maar ik kan ook normaal doen hoor,” zegt ze lachend.

Ik denk dat ik echt helemaal weg ben van deze meid. Ik weet dat ik haar alleen maar voor het blok zet als ik doorga over dit onderwerp, dus besluit ik om ergens anders over te gaan praten. “Weet je wat? Het maakt niet uit. Dus wat gaat er om in dat mooie hoofdje van jou?” vraag ik voordat ik doorheb wat ik eigenlijk zeg. Ik kijk snel de andere kant op, zodat ze niet kan zien dat ik bloos.

“Oh. Dus je vindt mijn hoofd mooi?” vraagt ze flirterig. Ik had helemaal niet van haar verwacht dat ze ook flirterig kon zijn, maar ik vind het haar wel leuk staan.

“Eigenlijk wel.” Terwijl ik dat zeg, zie ik dat ze begint te blozen. Alsof ze zelf vindt dat ze het compliment niet waard is. Ziet ze dan niet hoe mooi ze is? Ik durf te wedden dat ze nog slim is ook.

“Dankjewel,” zegt ze verlegen.

“Je weet toch wel dat je mooi bent?” vraag ik haar terwijl ik haar in de ogen kijk. Ze kijkt me eerst aan, maar daarna kijkt ze naar haar voeten.

“Daar ben ik niet zo zeker van, maar als jij het zegt.” Ze kijkt nog steeds naar haar voeten, alsof ze zich voor mij probeert te verstoppen. Ik wil niet dat ze zich verstopt voor mij.

Ik neem haar gezicht in mijn handen, zodat ze wel naar me moet kijken. De afstand tussen onze gezichten is nu minimaal en ik vind het leuk. “Je bent mooi. Je moet me geloven. Je hebt prachtig haar, mooie grote bruine ogen met een sparkle en ik houd van je lach. Je lach zorgt ervoor dat ik ook wil lachen.”

Voor ik het weet leun ik naar voren en zij ook. Ik voel haar zachte lippen tegen de mijne en er gaat een schok door mijn hele lichaam. We kussen en dit is een kus die ik nog nooit eerder heb gehad. Niet eens met Chloe. Als ik aan Chloe denk, stop ik de kus. Ik voel me schuldig, niet tegenover Chloe maar tegenover Loren. Ik laat haar denken dat er iets is, terwijl ik nog steeds met Chloe ben. Ik kan mijn gevoelens op dit moment niet vertrouwen, ik ben gekwetst door alle leugens die Chloe me heeft verteld.

“Sorry dat had ik niet moeten doen.” Terwijl ik het zeg zie ik de teleurstelling en de pijn in haar ogen en ik wil bijna huilen. Ik wil dit meisje niet kwetsen. Het is beter dat ik nu vertrek. “Ik moet gaan,” zeg ik terwijl ik opsta en naar mijn auto begin te lopen. Wanneer ik bij mijn auto kom, zie ik de platte band. Die was ik helemaal vergeten. Ik kan helemaal nergens heen, daarom ga ik maar tegen mijn auto aan zitten. Dan zie ik Loren naar haar auto lopen met vallende tranen over haar gezicht.

Chapter 2 –>