FANFICTION – PRETTY LITTLE LIARS: De onmogelijke liefde die zo ongelooflijk mooi is #1

Aria & Ezra

Als je mijn blog al een beetje langer volgt, dan weet je dat ik het leuk vind om fanfiction te schrijven. Fanfiction zijn verhalen die een fan (in dit geval ik) van een bepaalde tv-serie, film of boek schrijft, gebaseerd op die bepaalde serie, film of dat boek. Op dit moment kun je wel zeggen dat ik redelijk verslaafd ben aan de serie Pretty Little Liars. Er zijn op dit moment vier seizoenen en ik ben zelf bezig in het tweede seizoen. Toch weet ik al van bepaalde personen dat ze tot het A-Team behoren. Hoe dan ook, ik ben begonnen met het schrijven van een fanfiction over mijn favoriete stel uit Pretty Little Liars: Ezria. Het liefdeskoppel Ezria bestaat uit Aria Montgomery en Ezra Fitz. Ik heb het idee grotendeels uitgeschreven in het Nederlands en in het Engels. De Engelse hoofdstukken plaats ik op FanFiction.net en de Nederlandse hoofdstukken wil ik graag hier plaatsen. Ik ben benieuwd wat jullie ervan vinden, dus laat je mening vooral achter in de reacties. De verhaallijnen lopen niet helemaal gelijk met de serie. Ik heb mijn fantasie erop losgelaten.

De 19-jarige Aria studeert Engels op Hollis College en krijgt veel les van de 22-jarige Engels professor Ezra. Ezra is net afgestudeerd en is verloofd met zijn vriendin van de middelbare school, Jackie. Aria heeft een relatie met haar jeugdliefde, Holden. Als Ezra twee kaartjes heeft gekregen voor een workshop roman schrijven in New York, vraagt hij Aria mee. Als de twee samen een hotelkamer moeten delen en aan het eind een kus delen, wordt het toch wel heel vreemd. Worden ze verliefd op elkaar? Maar, dat kan toch niet? Een student-docent relatie is verboden.

HOOFDSTUK 1: GA JE MEE NAAR NEW YORK?
De eerste dag na de kerstvakantie en ik moet weer naar school. Ik heb er totaal geen zin in, maar ik heb geen andere keuze. Na twee weken zie ik Holden eindelijk weer. Dat zou me eigenlijk heel blij moeten maken en vlinders moeten geven. Op de één of andere manier voel ik allebei die dingen niet. Ik heb al drie jaar een relatie met Holden. Hij is mijn eerste serieuze liefde. Misschien komt het wel doordat we gewend zijn aan elkaar en we elkaar bijna elke dag zien.

Ik sta voor mijn kledingkast en ik heb geen idee wat ik aan moet trekken. Uiteindelijk kies ik voor een rood met paarse jurk, een leren jasje en biker boots. Ik bewonder mezelf in de spiegel, doe make-up op en besluit dat ik er prima uitzie. Ik kijk snel op de klok en zie dat ik al laat ben. Dan maar geen ontbijt.

Mijn eerste college deze ochtend is Engelse literatuur van professor Ezra Fitz. Ik studeer Engels. Dit is mijn eerste jaar op Hollis College en ik heb het er erg naar mijn zin. Ik heb altijd al van Engels gehouden en van schrijven. Engelse literatuur is daarom ook mijn favoriete vak. Professor Fitz is een erg goede leraar, ook al is hij nog best jong en komt hij zelf vast net van de universiteit af. Veel studenten zeggen dat hij erg knap is, dat zou best kunnen. Ik heb er zelf nooit opgelet. Ik heb Holden en let nooit zoveel op uiterlijk.

We moeten mijn favoriete boek ‘To Kill A Mockingbird’ lezen en er een essay over schrijven. Ik heb dat boek al drie keer gelezen, maar ik kan er geen genoeg van krijgen. De bel gaat om het einde van het college aan te duiden. Ik pak mijn spullen in en net als ik het lokaal uit wil lopen, hoor ik mijn naam. Het is professor Fitz. Ik draai me om en loop naar zijn bureau. “Ja, professor Fitz,” zeg ik vragend. Ik hoop dat er niks mis is. Tot nu toe ben ik de beste student in de klas en dat wil ik graag zo houden.

“Ik zat te denken,” begint professor Fitz. “Ik heb twee kaarten voor een workshop roman schrijven. Het is in New York. Ik wil jou vragen om met me mee te komen. Ik merk dat je Engelse literatuur erg interessant vindt en dat je altijd in je dagboek schrijft. Lijkt het je leuk? Mits het van je ouders mag natuurlijk.” Hij kijkt me vragend aan, terwijl hij twee kaarten omhoog houdt.

Ik voel me eigenlijk best wel vereerd. Hij kan iedereen vragen, maar hij vraagt mij. Het lijkt me erg leuk, want schrijven is één van de leukste dingen die ik me kan bedenken. Dus dat heeft hij goed ingeschat. Er zal een grote droom in vervulling gaan als er over een paar jaar een roman geschreven door Aria Montgomery in de winkel ligt. “Klinkt leuk. Je hebt gelijk, ik vind het echt leuk om te schrijven. Ik heb alleen één vraag.” Ik kijk hem in verlegenheid gebracht aan. “Waarom ik?” vraag ik dan. Ik bedoel, ik weet niet veel over professor Fitz, maar hij heeft vast een vriendin of vrouw die hij mee kan nemen, anders een collega. En als hij echt een student mee wil nemen, dan heeft hij genoeg keuze. Dus waarom vraagt hij mij?

Dit is één van mijn slechte eigenschappen. Ik ben onzeker, waardoor ik zulk soort vragen altijd stel. Ik kijk eerst naar de grond en kijk professor Fitz daarna weer aan. Ik zie dat hij geschrokken is van mijn vraag. Die zag hij zeker niet aankomen, maar dat ben ik ondertussen al gewend. Het gebeurt vaker.

Hij herstelt zich snel en geeft, na zorgvuldig nadenken, antwoord. “Aria, je bent één van de beste leerlingen in mijn klas, zo niet van de studie.” Ik voel dat ik bloos en ik kijk snel naar de grond. Ook dat gebeurt vaker. Ik ben niet goed in het aannemen van complimenten. Professor Fitz lijkt het op te merken en gaat snel verder. “Daarnaast heb ik in het half jaar, dat ik jou als student heb, opgemerkt dat je van schrijven houdt. Ik zou het heel leuk vinden als je mee zou komen. Zou je erover na willen denken en het met je ouders willen bespreken?”

Ik kijk weer omhoog en ik zie dat hij glimlachend één kaart omhooghoudt. “Ik moet het alleen wel morgen weten. Het is namelijk aankomende zaterdag en ik moet nog reserveren.”

Ik pak de kaart aan, maar kijk hem verbaasd in de ogen. “Hoe bedoelt u reserveren? U heeft de kaarten toch al?” Zie ik hier iets over het hoofd?

“Kom op Aria, ik heb het nu al een aantal keer gezegd. Zeg maar jij, want anders voel ik me zo oud. We schelen maar drie jaar. Oh, en ik bedoel reserveren voor het hotel. Aangezien het zaterdagochtend nogal vroeg begint, zullen we er vrijdagochtend al naartoe moeten rijden om daar te overnachten.” Ik kijk hem geschrokken aan. Wij samen overnachten in een hotel? Bovendien zou ik hierdoor vrijdag een hele dag colleges missen. Hij ziet blijkbaar de geschrokken uitdrukking op mijn gezicht, want voor ik iets kan zeggen, klinkt zijn stem alweer. “We verblijven natuurlijk in twee aparte kamers in het hotel. En als je besluit om mee te komen, krijg je toestemming om vrijdag de colleges te missen en die later in te halen.”

Ik voel de opluchting door mijn hele lichaam stromen. Het inhalen van de colleges, daar heb ik geen problemen mee. Een beetje extra werk zie ik alleen maar als een uitdaging. Daarnaast is dit echt een hele mooie kans. “Oké, ik zal erover nadenken en mijn ouders vinden het vast geen probleem. U… uhm, ik bedoel je, hoort het morgen.” Ik begin zenuwachtig te lachen en ik voel dat ik bloos. Ik draai me snel om en loop het lokaal uit.

Het is rustig in de gangen, want iedereen zit in zijn of haar college of is in de bibliotheek te vinden. Mijn tweede college begint pas om twaalf uur. Wat betekent dat ik nog genoeg tijd heb om te lezen en na te denken. Ella en Byron, mijn ouders, zijn allebei professors op Hollis College. Ik noem mijn ouders bijna nooit mama of papa, maar ik noem ze altijd bij hun naam. Zo hebben ze mijn broertje Mike en mij opgevoed. Ik weet dat Byron les geeft tot twaalf uur en dat Ella pas om elf uur in haar kantoor te vinden is. Het is nu half elf. Ik besluit daarom het halfuur te lezen en daarna langs te gaan bij Ella om de workshop in New York te bespreken.

Ik probeer me in de bibliotheek te concentreren op het lezen van ‘To Kill A Mockingbird’, maar het lukt me niet en na tien keer proberen, geef ik het op. Ik pak mijn dagboek erbij en begin al mijn gedachten op papier te schrijven. Ik schrijf op hoe blij ik ben met deze kans. Ik probeer te bedenken waarom ik niet mee zou moeten gaan, maar er komt niks in me op. Het is gewoon een hele mooie kans. Ik word uit mijn gedachten gehaald door het trillen van mijn telefoon.

Ik pak mijn telefoon uit mijn tas en zie dat ik een Whatsapp-bericht heb van Holden. “Hé schoonheid! Ik heb college tot 11. Zullen we koffie drinken tot je volgende college? Kunnen we even bijpraten. Ik heb je gemist. X”. Ik zucht.

Ik wil wel met hem afspreken, maar ik moet Ella echt spreken over New York. Ik heb Holden twee weken niet gezien, omdat hij met zijn ouders op bezoek was bij zijn opa en oma. Ik heb in die twee weken wel aan hem gedacht en we hebben veel gecommuniceerd via Whatsapp-berichten, maar ik heb hem niet echt gemist. Daar voel ik me best wel schuldig over. Ik stuur hem een bericht terug. “Hé. Ik moet wat met Ella bespreken, dus kan geen koffie drinken. Zullen we anders na colleges afspreken? Ik ben om 4 uur klaar. X”. Ik zie dat het al elf uur is. Ik pak mijn spullen in en loop naar Ella’s kantoor.

Ik klop op de deur van Ella’s kantoor en na een “kom binnen” doe ik voorzichtig de deur open. Ella zit achter haar bureau en het ziet ernaar uit dat ze essays aan het lezen is. “Hé lieverd. Ik had je hier niet verwacht. Wat is er?” vraagt Ella vriendelijk. Ik neem plaats op de stoel tegenover haar. Ze staat op en gaat op het randje van haar bureau zitten.

Ik pak het kaartje dat ik van professor Fitz heb gekregen uit mijn tas en geef het aan Ella. “Ik kreeg dit van professor Fitz. Hij heeft twee kaarten voor een workshop roman schrijven in New York aankomende zaterdag en hij heeft gevraagd of ik hem daar naartoe zou willen vergezellen. Hij heeft gemerkt dat ik van schrijven houd en ik ben één van zijn beste leerlingen, daarom heeft hij mij gevraagd. Ik wil heel graag gaan, dat snap je wel, maar ik ben benieuwd wat jij en Byron ervan vinden.” Pas als ik ben uitgesproken, merk ik dat ik aan één stuk door aan het ratelen was.

Ella heeft een glimlach op haar gezicht en zegt eerst even niets. Ze bekijkt daarna het kaartje en knikt goedkeurend. “Dat ziet er goed uit lieverd. Wat mij betreft kun je gewoon gaan. Ook al hoef je ons niet om goedkeuring te vragen, omdat je al volwassen bent. Je bent negentien. Hoe gaan jullie er eigenlijk naartoe? Het begint om negen uur ’s morgens al en het is in New York.”

Ze heeft gelijk. Ik heb eigenlijk geen toestemming nodig, omdat ik al negentien ben. Toch bespreek ik dit soort dingen altijd met mijn ouders, dat vind ik belangrijk. “Dat snap ik, maar je weet hoe ik ben. Nou, we rijden daar vrijdagochtend naartoe en blijven daar dan overnachten in een hotel. Als ik besluit te gaan, krijg ik toestemming om mijn colleges op vrijdag te missen en later in te halen.” Ik zie dat Ella een geschokte uitdrukking op haar gezicht heeft op het moment dat ik haar vertel dat we daar in een hotel blijven overnachten. “Mam, het zijn twee aparte kamers in het hotel en daar gaat deze trip niet om. Het gaat om de workshop en het lijkt me echt heel erg leuk om te gaan.” Ik zie dat ze opgelucht is.

“Dat is prima lieverd. Ik vind dat je deze kans moet aanpakken. Wat vindt Holden ervan?” Dan pas besef ik me dat ik deze hele tijd geen één keer aan Holden heb gedacht of aan wat hij ervan zal vinden. Ik voel een schuldgevoel door me heen trekken. “Je hebt het hem nog niet verteld hè?” Ella kent me zo goed dat ze altijd weet wat er precies door me heen gaat. Op sommige momenten is dat fijn, maar op momenten als deze heb ik het liever niet.

“Ik heb er nog niet over nagedacht om het hem te vertellen. Ik wilde het eerst met jou bespreken. Ik heb met hem afgesproken na de colleges, dan vertel ik het hem wel. Bovendien hoef ik geen toestemming van hem te krijgen, het is mijn eigen keuze.” Ik krijg het gevoel dat ik alleen maar excuses aan het verzinnen ben. Als ik Ella’s gezicht zie, weet ik dat dit ook zo is. “En jullie zijn mijn ouders, dat is iets anders.”

Mijn moeder slaat haar armen over elkaar en kijkt me aan. “Kom op Aria, je weet beter dan dat. Gaat het wel goed tussen jullie?” Ik weet dat ze gelijk heeft. De laatste tijd heb ik gewoon steeds vaker van dit soort dingen. Aan het begin van onze relatie was hij de persoon waar ik altijd meteen naartoe ging met nieuws. De laatste tijd is dat gewoon niet meer zo. Ik heb dit alleen nog niet met Ella besproken. Misschien heeft zij advies. Misschien hoort dit bij een relatie.

Pas als ik Ella hoor kuchen, heb ik door dat ik al de hele tijd naar de grond staar, verzonken in gedachten. “Ik weet het niet,” zeg ik na de stilte. “De laatste tijd denk ik gewoon steeds minder aan hem en vertel ik hem ook minder. Dat doe ik niet expres. Ik heb het gevoel dat ik niet meer verliefd op hem ben. Maar dat hoort bij een relatie toch? Verliefdheid slaat om in liefde. Je hebt geen vlinders meer in je buik en gaat minder je best doen.”

Ik zie dat Ella daar even over moet nadenken. Alsof ze me de waarheid niet durft te vertellen in de angst dat het me zal kwetsen. Daarom probeert ze haar woorden zorgvuldig uit te kiezen. Ik ken die blik. “Lieverd. Heb je er weleens over nagedacht om jullie relatie te verbreken? Ik denk… Volgens mij… Houd je nog wel van hem?” Daar stelt ze de vraag die ik mijzelf expres de laatste maand niet heb gesteld. Waarom? Omdat ik bang ben voor het antwoord.

Dat was het voor vandaag. Ik hoor graag wat jullie ervan vinden. Als het iets te lang is, dan deel ik de hoofdstukken de volgende keer in twee. Fijne dag verder!

C. ♥

Comments

  1. Jessenia says:

    Je schrijft zo mooi! Heb je misschien tips? :)

join the conversation

*

CommentLuv badge